Tips & tricks basgitaar: Monsieur Pol

Hoe een basgitaar een gitaar goed of slecht kan doen klinken

Lange Polle aka Monsieur Pol aka Paul Van Bruystegem ademt al vijfendertig jaar muziek en stoppen is geen optie. “Muziek is op een hevige manier het enige dat ik waard ben”. Tegenwoordig laat Lange Polle zien wat hij waard is als bassist van Triggerfinger en neemt hij platen op van (jonge) bands. De perfecte man voor wat bastips…

Monsieur Pol pt. 1

Monsieur Pol pt. 1

Monsieur Pol pt. 2

Monsieur Pol pt. 2

Monsieur Pol pt. 3

Monsieur Pol pt. 3

Monsieur Pol pt. 4

Monsieur Pol pt. 4

Mijn gedacht

  • “Hoe langer ik speel, hoe belangrijker ik de rol van bassist vind. Zéker de ritmesectie. Een bassist met een slechte ritmesectie die met een goede gitarist speelt: dat werkt niet. Je moet als bassist die groove hebben, die continuïteit: je laat een gitaar goed of slecht klinken met een basgitaar. Ik zorg ervoor dat mijn klank die van Ruben (Block, zanger/gitarist van Triggerfinger) compenseert.”
  • “Meestal speel ik met plectrum of m’n duim. Eigenlijk kan ik niet goed met m’n vingers spelen. Ik heb later pas ontdekt dat met een plectrum spelen op bas niet per se een handicap is of dat je zware rock moet maken. Ook bepaalde funkbassisten en veel oude soulbassisten spelen met plectrum, Marcus Miller speelt er soms mee en uiteraard Paul McCartney. Hell of a bassplayer.”
  • “Het feit dat ik met plectrum speel en kleine gitaarversterkers gebruik, dat lijmt toevallig heel goed met Ruben.”

“Bas spelen op een gitaarversterker, dat klinkt niet normaal”

Gear

  • “Eigenlijk ben ik op het gebied van gitaren het tegenovergestelde van Ruben: ik verzorg mijn gitaren niet, ik boen die niet, dat interesseert me geen zak. Wat ik nu in huis heb? Een Masterbuilt Telecaster ’52 , een Gibson Goldtop, een oude Jaguar en een Danelectro bariton basgitaar.”
  • “Een bariton vormt zowat de link tussen een basgitaar en een elektrische gitaar: een elektrische gitaar met 6 bassnaren. De Foo Fighters gebruiken ‘m regelmatig en je vindt het terug in country en metal. Je vindt tegenwoordig speciale drop b-modellen die perfect zijn wanneer je bijvoorbeeld een Steak Number Eight-stijl hanteert.“
  • “Voorts heb ik nog een short scale Mustang uit ‘64. Ik hou van z’n houterige, haast kartonachtige sound. Klinkt een beetje als een Precision, maar de attack is zeer goed. De shortscale voelt ook erg comfortabel aan, als een Telecaster haast.”
  • “Ik ben beginnen spelen op een Gibson en daarna ben ik een fanatieke Fender-adept geworden. De Telecaster koester ik nog altijd. Dat is een plank met snaren: daar kan je al eens mee slaan, die gitaar gaat niet kapot. Maar als ik op een goede single coil Gibson kan spelen, doet dat ook veel deugd.”

Versterkers

  • “Ik speel bas op 100 watt en 200 watt Hiwatt gitaarversterkers. Klinkt fantastisch, maar de versterkers beginnen af te zien. Ik moet die helemaal openpieren, wat voor een gitaar tof is, maar zulke versterkers zijn eigenlijk niet gemaakt om er bas op te spelen. Maar het is wel mijn klank.”
  • “Onlangs heb ik een Vox AC15 laten maken door Stef Geens (van FAD Amps, zie freeqi.be, red.) in Gent. Ik heb ook een JMI versterker. Vox was oorspronkelijk van het merk JMI en werd later verkocht aan Korg. JMI is nu opnieuw begonnen met de productie van de oorspronkelijke Vox versterker. Ze zien er net hetzelfde uit, alleen staat er in hetzelfde gouden lettertype JMI op in plaats van Vox. De Vox versterkers die je nu in de winkel vindt, zijn eigenlijk van Korg. Ik ben geen snob maar die nieuwe Vox is kak, printplaatzever. Je hebt ook oude Fender versterkers en reissues. Die laatste zijn voor de poubelle. Het verschil qua sound is echt groot. Een reissue Bassman – ik heb er twee waar ik niet tevreden over ben – en een vintage Bassman hebben niets met elkaar te maken. Met nieuwe Marshalls en Voxen kom je niet eens in de buurt van die oude seventiesklank. Een goed alternatief voor een oude tweed Fender is een Victoria amp. Jack White speelt er op. Oude bluesmuzikanten maken er ook al jaren gebruik van en nu is dat merk terecht bekender geworden.”
  • “Een Ampeg-basversterker is niet echt aan mij besteed. Ik heb veel ervaring met studio-opnames en ik heb al gemerkt dat er 100 versterkers bestaan die in de studio meer als een Ampeg klinken dan een Ampeg zelf. Net zoals een toren Marshalls heeft een Ampeg vooral een fysieke sensatie. Je hele lijf trilt mee. Een micro liegt echter niet, en kan maar een bepaald geluidsniveau verdragen. Je kan je afvragen: moet een micro tegen een versterker hangen als een mens er ook niet zo dicht bij staat? Als je over een grote studio beschikt, ben ik voorstander om de micro, zowel bij gitaar als bij bas, op tien à vijftien centimeter van de speaker te plaatsen. Dat heb ik geleerd van Greg (Gordon, de Amerikaanse producer van de laatste plaat van Triggerfinger). Jimi Hendrix nam ook nooit echt close op. Neumann micro’s kunnen maar een bepaald volume verdragen en als je de micro wat verder zet, heb je een stuk van de ruimte in de klankkleur. Maar uiteindelijk zijn er geen absolute waarheden.”
  • “Wat micro’s betreft gebruik vaak ribbons de laatste tijd. Een 421 van Sennheiser of een Shure SM7 zijn ook zeer geschikt, maar de SM57 blijft de referentie. Als het dan niet klinkt, zal het met een Neumann ook niet klinken. Als je de luxe hebt om met duurdere micro’s te werken, dan neem je natuurlijk het beste van het beste: een U47, bijvoorbeeld. Als het functioneel is, tenminste. Als een dure micro niet werkt, dan kan de kostprijs van zo’n micro me niet schelen. Het is de plicht van elke muzikant om tweedehands micro’s en oude rommel te gebruiken. Rock-‘n-roll is voor gewone mensen. Als je een miljonair moet zijn om een plaatje te kunnen maken, dan hoeft het voor mij niet. Ik vind het altijd tof als je uit goedkoop materiaal iets goeds kan halen. En een gedegradeerd signaal met een peperdure micro opnemen is nergens voor nodig. Micro’s zijn wel zeer belangrijk voor zang en drums. Maar dan nog ben je afhankelijk van het moment, de groep waarmee je werkt en de ruimte waarin je opneemt.”

Effecten

  • “Pas bij The Wolf Banes heb ik voor het eerst effectpedalen gebruikt. Ik heb toen een ME-5 van Boss gekocht, een effectenbak waarmee je vijf effecten kan programmeren. Stelt niets voor, maar dat klonk toen wel tof. Nu is dat vintage gear. Mocht ik die ME-5 nu nog hebben, dan zou ik er nog wel iets uit krijgen. Je krijgt uit alles iets. Mensen zitten altijd maar te melken over oude en nieuwe pedalen. Sound is meestal gewoon een gelukkige combinatie van een heel goede gitaar en een goede amp. Veel meer moet je niet hebben. Ik zou als een oude purist kunnen zeggen dat je ook goed moet kunnen spelen zonder pedalen. Ik vind dat wel, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Ik vind alles tof.”
  • “Zelf gebruik ik zo goed als geen effecten op bas. Wél altijd een stemkastje. Het enige wat ik ook altijd heb opstaan is een Overdriver van Prescription Electronics; dat is een kopie van een Colorsound Overdriver. Je kan daar Clean Boost tot verschrikkelijk vuil mee gaan.”
  • “Ik heb ook een Fulldrive – de versie voor gitaar welteverstaan. Daar zit wat distortion op en ik gebruik ‘m soms bij het spelen van Oh my knees. Eigenlijk hebben ze die effectpedaal ook voor basgitaren maar die vind ik niet goed.”
  • “Een A/B Switch is ook heel nuttig; je switcht er mee tussen versterkers. Het biedt veel mogelijkheden en is niet duur.” • “Reverb gebruik ik soms bij kalme liedjes. Tegenwoordig wordt dat minder gedaan, maar ik vind het heel mooi op bas. Tremolo of vibrato gebruik ik ook graag; dat geeft een beetje die Twin Peaks-sound mee.”
  • “De drumvellen laten meeklinken met je bas kan ook mooi zijn. Soms gebruiken we die techniek wanneer we tijdens opnames niet samen kunnen spelen. We leggen vier of vijf snaredrums rond de versterker en op die manier lijkt het of je mee in de opnames van de drum zit.”
  • “De eerste keer dat ik een wah-wahpedaal hoorde: waw, dat was de max. Ik ken weinig gitaristen die daar echt goed gebruik van maken. Wat Hendrix er mee deed, vond ik niet zo geweldig. In ‘Papa Was A Rolling Stone’ van The Temptations klinkt de wah-wah zoals hij moet klinken: als een orkest.”
  • “Ik ben geen fan van U2 en toch is The Edge de laatste gitarist die iets vernieuwend heeft gedaan met pedalen. Zonder die twee delaypedalen klinkt zijn spel heel banaal. Elk klein kind kan zijn partijen spelen, maar door de delay raakt hij er mee weg. Morgen komt er misschien een tweede The Edge die met een chorus- en een distortionpedaal iets doet dat ik niet ken. Dat is het toffe aan muziek: iedereen doet waar hij goesting in heeft.”

  Lees ook het interview met Monsier Pol (Poppunt Magazine 49)
Heb je vragen of opmerkingen bij deze pagina?
Popadvies op maat
Vind je hier toch niet het antwoord op jouw vraag? Poppunt geeft ook persoonlijk advies.
   popadvies@poppunt.be       Bel 02 504 99 00       Maak een afspraak