Mixing

Van basisingrediënten naar een heerlijk muzikaal gerecht

Je hebt al gehoord over ‘mixen’, maar verder dan de culinaire dimensie van het woord reikt je kennis niet? We scheppen hieronder meer duidelijkheid over deze tak van het opnameproces en zorgen er meteen ook voor dat je niet langer verloren loopt in de wirwar van Engelse termen en tools die ermee gepaard gaat.

Een beetje historiek

Tot voor 1960 waren opnameproces en mixing één geheel. Wanneer een zanger met zijn orkest in de studio opnam, werd die sessie in één keer op een master gezet. Eerst was dit rechtstreeks op vinyl, later werd er ook op band opgenomen. Opnames en mixing gebeurden met beperkte middelen. Omdat fouten niet konden worden rechtgezet, werden slechte opnames gewoon integraal overgedaan.

Begin de jaren ’60 kwam daar verandering in door de uitvinding van de multitrack taperecorder. Eerst kwamen 2-, dan 3-, 4-, 8- en uiteindelijk 16- en 24-track multitrack recorders op de markt. Songs werden bovendien niet meer in één keer opgenomen maar in een aantal stappen, waarbij er telkens een deel van de muziek werd toegevoegd. Gaandeweg werden beslissingen uitgesteld die voordien deel uitmaakten van het opnameproces en pas later onder de loep genomen: het mixen was geboren.

Maar wat is ‘muziek mixen’ nu eigenlijk? Kort samengevat zou je kunnen stellen dat muzikale energie bij muziekopnames wordt omgezet naar elektrische energie zodat ze opgeslagen kan worden op tape of op een digitale drager (zoals een harde schijf). De verschillende instrumenten en effecten worden daarbij op twee sporen opgenomen. Mixing komt in diverse branches van de audio-industrie voor, zoals muziekopnames voor cd’s, livemixing bij tv, radio en concerten, mixing voor film, postproductie (bv. voor reclame) etc.

Tot zover de theoretische kant van de zaak. Hoe wordt dit proces nu precies aangepakt?

Signalen en sporen

Mixen gebeurt op een mengtafel. Mengtafels zijn altijd in twee delen opgedeeld: een centraal monitorgedeelte, waarop je o.a. het volume en de set luidsprekers kiest waarop je luistert, en het mixinggedeelte met de inputkanalen. De belangrijkste functie van het mixinggedeelte is de verschillende signalen bij elkaar optellen. Die kunnen van een bandopnemer of een digitale recorder (ook DAW of digital audio workstation genoemd) komen en brengen de audio spoor per spoor naar de mengtafel. Op elk kanaal van de mengtafel komt één spoor toe. Bij complexere mixen loopt dat soms zelfs tot 100 of 200 kanalen op.

Daarnaast bevat het mixinggedeelte ook nog een aantal aux-sends. Dat zijn aparte aftakkingen per kanaal die worden gebruikt om externe apparatuur en/of koptelefoons aan te sturen.

Stap 1: zoek balans en maak een stereobeeld

Balans maken vergt heel wat werk, maar het is een cruciale fase in het mixingproces. Het is een voortdurende dialoog tussen de faders waarmee het volume bediend wordt en de speakers waarop geluisterd wordt. De faders per kanaal zijn het belangrijkste element op de mengtafel. Ze zijn immers een erg goede graadmeter: zijn de vocals in evenwicht met de muziek? Staat de basgitaar goed in balans ten opzichte van de drum? Geven de micro’s een goed algemeen beeld? Een mixer moet er dus zeker het hoofd bij houden. Het is van groot belang dat je stilstaat bij deze vragen, want bijna 60% van het mixen heeft te maken met balanceren. De overige 40% heeft vooral te maken met het inkleuren van instrumenten.

Een stereobeeld maken is ook basic material bij het mixen. Stereo is ons links-rechts en ruimtelijk beeld en wordt meestal via een draaiknop of panpot geregeld. Je zou het kunnen vergelijken met wat je ziet op een podium en hoe zich dat vertaalt in een opname. Wanneer de zanger in het midden van een podium staat, wil je dat ook zo horen in je opname. Daarbij staat de panpot in het midden en komt er evenveel signaal uit de linker- en rechterspeaker. Als de sologitarist bv. aan de rechterkant staat, zet je de panpot een beetje naar rechts. Bij mono, daarentegen, is er geen sprake van een stereobeeld en komen alle signalen vanuit één punt.

Stap 2: creëer meer ruimte met effecten

De sound die door een ruimte gecreëerd wordt, bepaalt voor een groot deel de diversiteit en diepgang van je opnames. De afstand tussen een instrument en een microfoon kan hier een rol in spelen, maar ook het weerkaatsen van instrumenten tegen de muren, de vloer en het plafond van een studio voegen een extra dimensie toe. Studio’s zijn door de jaren heen geëvolueerd van grote, live feel opnameruimtes naar drogere en vaak kleinere ruimtes. Daardoor ontstond de noodzaak om instrumenten een ruimtelijker gevoel te geven.

Een van de eerste methodes die daarvoor wordt gebruikt, is het opgenomen droge signaal door een luidspreker weergeven die in een hal (hall) of een kale ruimte staat (room) en het vervolgens terug opnemen via microfoons die verder in de ruimte zijn opgesteld. Dat signaal, de ’reverb’, wordt aan het originele signaal toegevoegd en geeft zo de illusie dat de droge opname in een grote, live klinkende ruimte werd geregistreerd. De aansturing van de reverb gebeurt meestal via een aftakking op de mengtafel, ook ‘aux-send’ genoemd.

Twee andere bekende en nog vaak gekopieerde methodes om reverb te maken, zijn de plaat (plate) en de verengalm (spring). Deze methodes zijn gelijkaardig: een klein luidsprekertje wordt op een grote plaat of een lange veer gemonteerd met aan de andere kant een contactelement dat trillingen opneemt. Allebei hebben ze hun typische geluid en worden ze, vooral nu retro opnieuw hip is, vaak gebruikt.

Het gebruik van delay of echo kan ten slotte ook helpen om meer diepte aan een instrument of aan vocals te geven. Delay zal vooral helpen om een instrument of stem te blenden in een track. Daarnaast kan delay ook echt als effect gebruikt worden: als repeats van woorden of zinnen in een stemopname, of als onderdeel van een partij van een instrument.

Stap 3: equalising en dynamische controle

Een ervaren mixer weet hoe belangrijk het is om eerst een goede basisbalans van een nummer te maken vooraleer zich te verdiepen in de klankkleuren van afzonderlijke tracks. Daar komen natuurlijk wat Engelse vaktermen bij kijken zoals EQ’s, distortion en compressors. Qué?

  1. Toonregeling of equaliser. In muziek hebben we constant te maken met geluidsgolven. De geluidsgolven die mensen kunnen horen, variëren qua frequentie van 50 Hz tot 20.000 Hz en kunnen in drie frequentiegebieden worden onderverdeeld: de bassen, de hoge tonen en het middengebied. Door de verhouding van die drie te veranderen, kan de klankkleur van de vocals of een instrument gewijzigd worden. Daarom bevatten alle mengtafels per kanaal een toonregeling of ‘equaliser’, kortweg EQ. Die kan opnamefouten wegwerken, slechte instrumenten en een slechte microfoonplaatsing verdoezelen, tracks functioneler maken door ze bij te kleuren of simpelweg de creatieve mens in jezelf stimuleren… Naast de standaardtoonregeling op zijn mengtafel kan een technieker natuurlijk ook gebruik maken van allerlei outboard EQ’s. Elk van deze units heeft zijn eigen geluid en biedt mogelijkheid tot creativiteit. Zo heb je bijvoorbeeld grafische en parametrische EQ’s, dynamische EQ’s, tube EQ’s, filters, LC filters en Notch filters.
  2. Enhancers en distortion. Bij enhancers gaat het niet om klankregeling, maar wel om het veranderen van de harmonische inhoud of boventonen. Muziekinstrumenten bevatten naast de grondtoon (bv. 440 Hz voor een la) ook nog boventonen. Enhancers zijn toestellen die de balans tussen de grondtoon en zijn boventonen veranderen. Daardoor nemen bepaalde instrumenten een andere plaats in het klankspectrum in en nemen we ze anders waar. Vervorming of distortion toevoegen aan een instrument, instrumentengroep of zelfs aan een volledige mix kan de harmonische inhoud ook veranderen. Vaak ervaren we het geheel dan als ‘luider’ of ‘energieker’.
  3. Dynamische controle. Dynamiek in muziek is het verschil tussen de luidste en de zachtste gedeeltes. Als een muzikant in een bepaalde passage luid speelt en in een andere zacht, spreek je van grote dynamiek. Is alles ongeveer even luid of zacht, dan spreek je van een kleine dynamiek. Om luid te klinken op kleine systemen, radio’s en tv’s moet je de dynamiek vaak drastisch beperken. Goed gecontroleerde vervorming kan daarbij wonderen doen. Een erg drastisch toestel om de dynamiek te beperken is een ‘limiter’, een toestel dat oorspronkelijk gebouwd werd om taperecorders, radiozenders en snijtafels voor vinyl te beschermen tegen ongecontroleerd luide signalen. Later vond het ook zijn weg in het mixingproces. Een limiter wordt ingesteld op een bepaald geluidsniveau. Elk signaal dat luider is dan het ingestelde level wordt door de limiter teruggebracht tot onder dat level. Vaak zal de impact die limiters hebben op geluid wat bruut overkomen. Daarom wordt er meestal gebruik gemaakt van een zachtere, ietwat muzikalere variant: de ‘compressor’. Compressors laten het signaal boven het aangegeven geluidslevel slechts gedeeltelijk passeren. De mate waarin ze dat doen, noemen we de compressieverhouding.

Mixing-platforms: analoge en digitale mengtafels

Hoewel het digitale tijdperk niet stilstaat en de digitale techniek er maand na maand op vooruitgaat, zijn alle specialisten het erover eens dat analoog of ‘old school’ mixen qua audiokwaliteit nog steeds superieur is. Analoge summing, analoge compressie, analoge EQ’s, het directe contact met een mengtafel: het heeft zijn charmes. De aankoop van een dure mengtafel en bijhorende randapparatuur plus het onderhoud ervan zorgen er echter voor dat analoog werken maar voor ‘the happy few’ is weggelegd.

Een digitale mengtafel ziet er wel wat hetzelfde uit als een analoge tafel, maar daar houdt het ook op. Het gebruik van faders en een aantal knoppen wordt behouden, maar vaak zijn de tafels kleiner en wordt er gewerkt in lagen. Ook EQ’s en aux-sends zijn nog per kanaal beschikbaar, maar worden vanuit een centraal gedeelte bediend. Digitale mengtafels worden tegenwoordig veel gebruikt voor live en broadcast doeleinden. Dat komt omdat ze de ideale verhouding hebben tussen enerzijds een live feel (waarbij je instant en zonder te veel submenu’s aanpassingen kan doen) en anderzijds de mogelijkheid tot het maken van vooraf geprogrammeerde balansen en klanken.

In een opnamestudio zijn digitale mengtafels eerder een rariteit. Daar kom je soms wel eens ‘controllers’ tegen. Die lijken een beetje op een digitale mengtafel, maar zijn eerder een extensie van een computer.

‘In the box’ mixing

‘In the box’ mixing is via een gespecialiseerd programma en met behulp van een geluidskaart muziek opnemen, bewerken en mixen op je computer. De bekendste programma’s of DAW’s hiervoor zijn Pro Tools, Logic, Nuendo en Cubase. Hier wordt ‘een mengtafel’ dus uitgebreid naar ‘een mengtafel en een digitale recorder met editing-mogelijkheden’. Naast audio kunnen deze programma’s meestal ook midi opnemen. Bovendien kun je naast “live” gespeelde muziek ook geprogrammeerde tracks integreren in je songs.

Een van de grote verschillen tussen in the box mixen en old school mixen, is dat je met de in the box-methode op elk moment digitale mixen kan terugroepen, wat een heel andere dynamiek aan het mixingproces geeft. Zo kan je al een opzet maken van een mix en het op een ander moment weer oppikken. Nog een voordeel is dat er een heel arsenaal aan soundgerelateerde plug-ins beschikbaar is zoals EQ’s en compressors.

Tegenwoordig is er een gigantisch aanbod aan plug-ins. Die hoeven niet noodzakelijk van hetzelfde merk te zijn als je DAW. Zo kun je bij een analoge mengtafel van merk X gemakkelijk een extra compressor van merk Y zetten.

Keuzes maken

Of je nu op een grote analoge tafel of in the box werkt: uiteindelijk gaat het erom dat er iemand bij het mixen een idee naar voren schuift, zijn/haar visie geeft en keuzes durft te maken. Dat kan over verschillende zaken gaan: maak ik een mooi klankbeeld van mijn mix en balanceer ik alles uitgebreid? Gebruik ik veel reverb of wil ik het kurkdroog? Knipt de mixer in de aangeleverde tracks? Maar vòòr je aan het hele proces begint, moet je het erover eens zijn of de mix door één persoon, de mixer, wordt gemaakt of door een groep mensen, waarbij iedereen zijn input geeft.

Veel hangt af van je verwachtingen over de mixer. Het zou kunnen dat je verwacht dat hij of zij creatief aan de slag gaat met je materiaal. Bijvoorbeeld: je hebt drums opgenomen, maar vraagt de mixer om de beste maten uit de opname te halen en die waar mogelijk te kopiëren. Of je hebt vocals opgenomen en verwacht dat je mixer de beste uitkiest. Het is een verantwoordelijkheid die je uit handen geeft; keuzes die je door iemand anders kan laten maken.

Je moet voordien voor jezelf uitmaken wat je wil en daar duidelijke afspraken over maken. Als mixer is het erg fijn als je iemands muziek goed hebt weten te vertalen en omgekeerd ook wanneer de mixer een meerwaarde heeft kunnen betekenen voor jouw plaat. Een goede basis en verstandhouding komen je samenwerking zeker ten goede!

In onderstaande video heeft Stijn Verdonckt (studio manager La Chapelle Studio) het over de mogelijkheden qua klankopbouw tijdens het mixingproces.

Als voorbeeld neemt hij een opname van een standaard drumkit, waar hij door middel van mixing en klankmanipulatie een veel rijker en interessanter drumgeluid uit haalt.

Stijn Verdonckt - Drum mixing

Stijn Verdonckt - Drum mixing


Lees ook het interview met Stijn Verdonckt (Poppunt Magazine 44)
Heb je vragen of opmerkingen bij deze pagina?
Popadvies op maat
Vind je hier toch niet het antwoord op jouw vraag? Poppunt geeft ook persoonlijk advies.
   popadvies@poppunt.be       Bel 02 504 99 00       Maak een afspraak