Mastering

Mastering is een vak apart - let's learn from the master

In de oorspronkelijke betekenis van het woord is mastering een kurkdroog technisch proces. De mastering engineers van weleer waren in feite transfer engineers, technici in witte jassen wiens enige (maar cruciale) taak het was ervoor te zorgen dat geluidsinformatie zo getrouw mogelijk werd overgebracht van de kwetsbare mastertape naar een playbackmedium dat beter geschikt was voor verspreiding op grote schaal, zoals de vinylplaat. De kunst bestond er dan ook in de technische beperkingen en eigenaardigheden van beide media – en dat waren er nogal wat – met elkaar te verzoenen.

Onder impuls van enkele ondernemende mastering engineers en ondersteund door de technologische evolutie kreeg deze technische handeling gaandeweg ook een uitgesproken creatief aspect. De grenzen van een al bij al primitief medium – een naald in een groef – werden afgetast en ruimer gemaakt. Engineers maakten zich los uit de interne structuur van de platenmaatschappijen, ontwikkelden hun eigen studio en hun eigen “sound” en gingen er prat op meer impact en luidheid (loudness) uit het vinyl te kunnen halen dan om het even wie anders.

Het grote publiek had er duidelijk oren naar: “luide” platen deden het stelselmatig beter op de radio en in de hitlijsten. De mastering engineer nestelde zich als vitale schakel tussen de artiest, de platenfirma en de luisteraar. Intussen heeft de digitale revolutie uiteraard de muziekindustrie overspoeld. De mechanische beperkingen van het verspreidingsmedium zijn alvast opgeheven; er is immers geen rechtstreeks contact meer tussen een CD en de laserstraal die er overheen gaat. Bovendien is er in strikt technische zin niets dat je nog belet rechtstreekse en identieke duplicaten te maken van het (digitale) medium dat de (home)studio verlaat, zonder verlies van kwaliteit op de koop toe. Wat is er dan wel geworden van die mastering engineers…?

Wat is mastering?

Wat is mastering?

Waarom masteren?

Je kan de rol van een mastering engineer vandaag nog het best vergelijken met die van een eindredacteur bij een krant. Die laatste neemt op een redactie in feite het perspectief in van de lezer. Het is zijn taak teksten nog een laatste keer nauwkeurig te controleren op taalfouten, voordat ze de pers op gaan. Bovendien beoordeelt hij een artikel in zijn geheel op bevattelijkheid, leesbaarheid en schrijfstijl. Waar nodig grijpt hij dan ook in om de woordkeuze of de zinsbouw aan te passen, met respect voor het karakter van de tekst en wat de auteur ermee bedoelt. Desnoods accentueert hij bepaalde aspecten of verwijdert minder relevante passages. Ten slotte zorgt hij ervoor dat er geen stijlbreuk ontstaat met de bijdragen van andere auteurs.

Waarom masteren?

Waarom masteren?

De mastering engineer neemt een mix dus eerst en vooral grondig onder de loep om te controleren of alles objectief – “taalkundig” – klopt. Voorbeelden van zo’n objectieve problemen zijn een foutieve sample rate, dropouts, clicks, storende bijgeluiden, fades die slordig zijn uitgevoerd en hoorbare edits in het algemeen. Net zoals bij het proeflezen van een tekst is dit soort fouten, ook al vallen ze een buitenstaander vaak meteen op, vaak nog moeilijk te onderscheiden voor wie rechtstreeks (als uitvoerder, technicus, producer…) betrokken was bij eerdere stadia van de productie.

In een volgende stap neemt de mastering engineer afstand en probeert hij de impact van de opname op punt te stellen. Naast zuiver compositorische eigenschappen – melodie, arrangement of thematiek van de tekst – zijn het immers aspecten als relatieve luidheid, timbre en dynamisch verloop die verder bijdragen tot de mate waarin de luisteraar emotioneel betrokken raakt, en dat ook blijft. Het is dan ook de verdienste van de mastering engineer aan te voelen wat de uitvoerder of de auteur te vertellen heeft en de opname in functie daarvan te boetseren.

Dit abstracte proces is onmogelijk uit te drukken in vaste formules en vereist van de technicus in eerste instantie muzikaliteit en luisterervaring. In dit stadium doet de combinatie met apparatuur van topniveau een goeie mix werkelijk tot leven komen op het vlak van klankkleur en presence. De onderlinge volgorde, de pauzes en het volumeverloop tussen individuele tracks bepalen de meerwaarde van een album ten opzichte van een verzameling losse nummers. Consistentie in het klankkarakter en aandacht voor de manier waarop tracks elkaar opvolgen, leiden de luisteraar door het “verhaal” en houden het boeiend. De masteringsessie is het aangewezen moment om ook hierin orde op zaken te stellen. Het groeiende succes van onlinedistributie stelt mastering engineers trouwens voor de uitdaging individuele tracks ook buiten de context van een album overeind te houden.

Ter afronding van het proces plaatst de technicus de codes die een CD-speler vertellen waar elke track begint en eindigt. Samen met de registratiecodes van de muziekindustrie (ISRC) en de audiodata worden deze gegevens volgens de Red Book-norm van Sony/Philips weggeschreven op een CD of omgezet naar een digitaal bestand. Het resultaat wordt vervolgens nog eens doorgelicht op eventuele fouten in de datastructuur en een laatste keer integraal beluisterd.

Samengevat biedt mastering je de gelegenheid om een klankopname als geheel te beoordelen en er de laatste hand aan te leggen. Emotie, akoestiek en elektronica gaan hand in hand en maken van een goeie masteringstudio zowel een knusse huiskamer als een microscoop voor geluid. De specifieke benadering van de mastering engineer verschilt bovendien wezenlijk van het perspectief van de andere spelers die bij een productie zijn betrokken. Met dat besef (en de gevolgen ervan) staan of vallen overigens de slaagkansen van wie z’n eigen materiaal wil masteren.

Fix it in the mix

Een wezenlijke beperking van de bewegingsvrijheid van een mastering engineer, maar tegelijkertijd een noodzakelijke voorwaarde om zijn perspectief te kunnen behouden, is het feit dat bepaalde aspecten van een opname niet langer kunnen worden gemanipuleerd. Interne balansen, individuele instrumenten of effecten liggen vaak zodanig diep ingebed in de mix dat je er met geen multibandprocessor ter wereld nog aan kan zonder ook andere elementen te wijzigen. Weersta dus de verleiding en laat wijzigingen in individuele tracks steeds over aan de mixing engineer.

Maak van je scheet een donderslag

Het succes van een masteringsessie hangt in belangrijke mate af van de kwaliteit van de mix. Met gezond verstand kom je gelukkig al een heel eind, en de rest zal spoedig tot je gezond verstand gaan behoren eens je er eenmaal tegen gezondigd hebt. Hier zijn alvast een paar vuistregels om zoveel mogelijk opties ter beschikking te houden.

  • De allereerste noot van een song is misschien wel de belangrijkste. Gebruik dus de faciliteiten van je (virtuele) studio – mutegroepen, noise gates, … – om het begin van je track zo clean en ruisvrij mogelijk te houden. Hou effecten die niet meteen relevant zijn, uit de mix. Als je drummer de song aftelt, let er dan op dat eventuele galm op de hihat of de sticks de eerste noot niet verdoezelt, tenzij dat natuurlijk deel uitmaakt van het concept van je song. In het andere geval laat je de count-in best voor wat die is: in de mastering knippen ze die er in minder dan geen tijd wel tussenuit.
  • Probeer een song niet manueel te faden tijdens de mix. Eens de fade is gebeurd, kan je er immers niets meer aan veranderen. En ook al is je fade dan muzikaal in orde, de kans bestaat dat de grondruis van je apparatuur niet samen met de muziek wegebt en dat er tijdens de masteringsessie een tweede fade nodig blijkt om de eerste te corrigeren. Hou de fades dus voor tijdens de mastering. Indien je de sessie niet zelf bijwoont, kan je uiteraard steeds een afzonderlijk bestand aanleveren met jouw fade als voorbeeld.
  • Laat je er tijdens de mixdown niet toe bewegen meer processing te gebruiken dan strikt noodzakelijk. Gebruik dus geen extra compressors, exciters of wat dan ook omdat je denkt dat je je mix zo al in de buurt van het eindresultaat krijgt: je kan het effect niet meer ongedaan maken, en als de settings uiteindelijk niet blijken te werken in combinatie met de masteringprocessing, dan ben je zonder meer uitgepraat. Overigens vertrouwen nogal wat engineers tijdens de mixdown op een buscompressor om de zaak wat bij elkaar te houden, en daar is absoluut geen bezwaar tegen. Let er alleen op dat het bij een paar dB blijft. Als het je enige bedoeling is alles wat luider te krijgen, laat je compressor dan ongemoeid en zet het volume van je monitors hoger.
  • Blaas je mix niet buitenproportioneel op. Werk eraan tot je er tevreden mee bent, maar bedenk dat je vaak veel beter af bent met een bescheiden, correct uitgebalanceerde mix. Anderzijds werk je jezelf gegarandeerd in nesten wanneer je er zonder meer van uitgaat dat mastering het karakter van je mix radicaal kan/zal veranderen. Als je uit bent op een bepaalde sound, ga dan van in het begin voor die sound. Een ogenschijnlijk “brave” mix daarentegen geeft zijn ware potentieel vaak pas vrij tijdens de mastering.
  • Maak je niet teveel zorgen over de signaalniveaus van je mix. Zolang alles binnen de grenzen van het redelijke blijft – voor de minder goede verstaander: dat is niet hetzelfde als “zo luid mogelijk” – is er geen enkel probleem. Een reserve van 6 tot 8dB is prima: het uiteindelijke niveau valt hoe dan ook pas in de plooi tijdens de mastering. Digitale clipping is vrijwel onmogelijk ongedaan te maken.
  • De “Normalize”-functie van je software is volstrekt irrelevant wanneer je mixes nadien zullen worden gemastered. Bovendien beperkt een genormaliseerde mix de technische wendbaarheid van de mastering engineer.
  • Maak backups van je mixes. Luister ernaar op zoveel mogelijk locaties en systemen als maar mogelijk is. Exporteer je bestanden ten slotte als ongecomprimeerde 24-bits audiofiles op CD of DVD.

Waarom je n(i)et zo goed op je zolderkamertje kan masteren

Het zal je niet ontgaan zijn dat er in het doorsnee cd-boekje telkens verschillende technici en studio’s vermeld staan voor de opname, de mix en de mastering. De meest voor de hand liggende verklaring daarvoor, althans wat mastering betreft, is objectiviteit. Elke mixing engineer zal je namelijk bevestigen hoe moeilijk het kan zijn om bij de les te blijven en door al die bomen het bos te blijven zien wanneer je voor de zoveelste keer hetzelfde stukje uit dezelfde song te horen krijgt. Een mastering engineer hoort een project vaak voor het eerst in de eindfase ervan, waardoor hij het met open oren en geest kan beoordelen.  Je zou kunnen stellen dat hij vanuit zijn positie het overzicht bewaakt door uitgerekend op die details te letten die onopgemerkt zijn gebleven in de intense sfeer die nogal wat opname- en mixsessies kenmerkt.

Bij de productie van een album komt doorgaans behoorlijk wat volk kijken en het relatieve succes van de onderneming is het resultaat van de mate waarin specifieke benaderingen en expertisegebieden elkaar aanvullen en versterken. Professionele opnamefaciliteiten waren sinds mensenheugenis enkel weggelegd voor het selecte gezelschap oppergoden van de muziekwereld. Sedert een jaar of tien echter staat dit alles op losse schroeven: Ken Ishii heeft in z’n eentje van onder z’n hoofdtelefoon zowat elke dansvloer ter wereld veroverd en mocht Jimi Hendrix het lang genoeg hebben uitgezongen, dan had iedereen het nu misschien over een laptopwonder in plaats van over een gitaargod. Kortom, de hele traditionele studiowereld – mastering incluis – gaat in ijltempo de dieperik in. Toch?

Niet dus. Op z’n minst niet helemaal, en wat mastering betreft zelfs helemaal niet. Meer dan ooit blijkt er behoefte aan de objectiviteit waarvan eerder sprake, aan iemand en ergens waar je met het resultaat van je huisvlijt terecht kan voor een genuanceerde “second opinion” (wend je tot je vrienden voor de streling van je ego en de interesse vanwege het andere geslacht waar je ‘t als muzikant natuurlijk in de eerste plaats voor doet).

Ook als het over de kwaliteit van de monitoring gaat, beschikken serieuze masteringstudio’s over een structurele voorsprong, die jou dan weer de garantie biedt dat je mixes in alle omstandigheden optimaal uit de verf komen. Ten slotte staan mastering engineers als omnivoren bovenaan de muzikale voedselketen. Of je dus harp speelt in een klassiek orkest dan wel triple bass drum bij een metalband – of net omgekeerd, wie weet – je mag er alvast van uitgaan dat zij over voldoende muzikale en technische bagage beschikken om elke opname luid en duidelijk tussen zijn representatieve soortgenoten gemikt te krijgen.

Een blik op hoe het masteringproces er in een professionele studio aan toe gaat, toont je nog eens extra hard dat mastering een vak apart is.

Voorbeeld van het masteringproces

Voorbeeld van het masteringproces

Toch zelf doen?

We hebben zo onderhand voldoende argumenten aangehaald om je mastering aan een gespecialiseerde technicus over te laten. Laten we het dus even over een andere boeg gooien en ervan uitgaan dat je nu eenmaal niet over de luxe beschikt om je pasgeboren meesterwerk aan de groten der aarde toe te vertrouwen. Al ben je geen tweede Bob Ludwig, dan nog kan je je eigen mastering wel degelijk tot een goed einde brengen. Je hoeft ons zelfs niet eens op ons woord te geloven: het tastbare bewijs vind je in de platenrekken of op het internet. En nu we toch op dreef zijn: in wezen maakt het weinig uit welke apparatuur je er precies voor gebruikt. Uit de vorige paragrafen zou je eigenlijk al moeten kunnen afleiden welke voorwaarden je kans op slagen bepalen.

“Wees steeds kritisch, maar if it ain’t broken, don’t fix it. In het beste geval ben je als mastering engineer overbodig.”

  • Mastering heeft alles te maken met consistentie, controleerbaarheid en herhaalbaarheid. Je monitors – en bij gebrek daaraan, je hoofdtelefoon – zijn de enige toestellen in je studio die je ook daadwerkelijk kan horen. Ze zijn bovendien je enige referentiepunt. Vervang wat ons betreft elke maand de ganse inboedel van je studio, tot en met je lavalamp, op je luidsprekers na. Geen enkel type luidspreker is perfect, dus gun jezelf de tijd om het karakter van je monitors te doorgronden – en reken maar dat je daar tijd voor nodig zal hebben! Luister kritisch naar het klankkarakter van je eigen mixes en dat van commerciële releases, op je eigen systeem en elders, en probeer te analyseren in welke mate kleuring het gevolg is van je monitors, je hoofdtelefoon, de akoestiek van je kamer of andere factoren. Probeer tekortkomingen in je monitors of je akoestiek niet te compenseren met zogenaamde “room EQ”. Hou je volumeknop min of meer op een vaste waarde die jou (en hopelijk ook je buren) toelaat comfortabel te werken.
  • Een relatief beperkt arsenaal veelzijdige en nauwkeurige processors valt te verkiezen boven een rack vol “one trick ponies”. Een overvloed aan keuzemogelijkheden leidt namelijk zelden tot een creatieve oplossing. Je processors zijn je instrumenten; het loont dus meer dan de moeite ze optimaal te leren kennen en te gebruiken.
  • Digitaal, analoog, outboard of plugin: elk (virtueel) toestel heeft zo zijn sterke en zijn minder sterke kantjes. Hetzelfde geldt voor de DAW-software die je gebruikt. Een correcte bitstructuur (24 bits in = 24 bits uit) en een hoge interne precisie bij DSP-bewerkingen zijn wel degelijk essentieel. Al lijkt dat de logica zelve, het blijkt toch eerder uitzondering dan regel.
  • Stel je niet zonder meer tevreden met presets. Iedere opname is uniek en verdient een individuele benadering. Je kan zo’n preset natuurlijk wel als uitgangspunt gebruiken.
  • Opname, mixing en mastering zijn verschillende disciplines. Geef je mixes voldoende tijd om te bezinken voordat je aan de mastering begint.
  • Vergelijk het (tussentijdse) resultaat van je inspanningen regelmatig met commerciële releases. Zorg daarom dat je vlot kan switchen tussen verschillende referentiebronnen.
  • Leer wat je hoort gaandeweg te vertalen in geluidstechnische termen. Je hebt voor mastering geen bovenmenselijk stel oren nodig en evenmin een absoluut gehoor – per slot van rekening heb je altijd nog je meters om bepaalde problemen te helpen identificeren. Leer luisteren naar details zonder je erdoor te laten afleiden van het geheel.
  • Hou je oren open voor zoveel mogelijk muziekjes. Mastering staat los van trends of stijlen en is niet bedoeld om je met de starre conventies van een of ander genre bezig te houden.
  • Gun je oren regelmatig rust – tien minuutjes pauze per uur blijkt zeker geen overbodige luxe – en draag er zorg voor. Zelfs – sterker nog: vooral – de kleinste monitors zijn gemakkelijk in staat om je op termijn flinke gehoorschade te bezorgen, om van hoofdtelefoons nog maar te zwijgen. Het klinkt niet meteen rock & roll, maar je hebt er zelf alle belang bij je systeem zodanig te kalibreren dat de maximale geluidsdruk binnen de perken blijft.
  • Sla je instellingen op, documenteer je verschillende stappen en werk zo systematisch mogelijk.
  • Hou op technisch vlak de touwtjes zo stevig mogelijk in handen, maar verlies nooit uit het oog dat je met muziek te maken hebt. Verwar objectiviteit niet met onverschilligheid en afstand niet met afstandelijkheid.

Vinyl vs. CD

Vinyl vs. CD

 Kijk ook de Tips en Tricksvan Jerboa over mastering
Heb je vragen of opmerkingen bij deze pagina?
Popadvies op maat
Vind je hier toch niet het antwoord op jouw vraag? Poppunt geeft ook persoonlijk advies.
   popadvies@poppunt.be       Bel 02 504 99 00       Maak een afspraak